Bij binnenkomst klinkt When a Man Loves a Woman van Percy Sledge. Muziek uit de vorige eeuw die past bij Valentijnsdag. Maar trainer Koen maakt rigoureus een einde aan de romantische zwijmelmuziek. The Prodigy zweept het ritme op met Firestarter en Smack My Bitch Up. ‘Zoek allemaal een partner en leg de handen teder op elkaars schouders.’
De warming-up van de bokszaktraining begint met honderd squats, gevolgd door vijftigmaal op de tenen opdrukken om de kuitspieren te kietelen. Aansluitend ga je achter de ander staan om in cadans 25 lunges links en rechts te maken. Samen tellen, samen zuchten en moeilijke gezichten trekken.
Het ‘handschoenen aan’ klinkt opeens als een blijk van liefde. ‘Wie is er getrouwd?’, vraagt de sensei. ‘Dan heb je misschien een aanzoek gehad en anders kun je nu oefenen. Je gaat op één knie voor de bokszak. Alleen is het antwoord nee en dan kom je direct omhoog en geeft een hoek.’ Voor de zekerheid benadrukt hij dat dit een grapje is, maar de jongens en meisjes hier verenigd zien de humor er wel van in. Het is trouwens een behoorlijk lastige oefening, omdat de verzuring reeds de beentjes heeft aangetast.
We vieren een uur lang de liefde met onze sportpartner. Aan het slot zakken we met linkerknie en rechterknie naar de grond en plaatsen de vuisten op de dijbenen. We luisteren naar de complimenten van de sensei en groeten af en bedanken ons maatje. Een dag later volgt de kater. Gaan zitten, opstaan — eigenlijk protesteren de spieren bij alles. Hoezo ‘happy Valentine’.
Arjen van Ginkel
< terug naar alle berichten